20th century photography rijksmuseum amsterdam

Download 20th century photography Rijksmuseum Amsterdam

Post on 26-Mar-2016

258 views

Category:

Documents

9 download

Embed Size (px)

DESCRIPTION

20th century photography Rijksmuseum Amsterdam

TRANSCRIPT

  • b u l l e t i nv a n h e t

    r i j k sm u s e u m

    Inhoudcl azien medendorp

    Geschiedenis in een kijkkastje235

    jenny reynaerts en marguerite tuijnNaturalisme als uitgangspunt

    Piet Mondriaan, Oostzijdse molen bij maanlicht 247

    eveline sint nicol aas en harm stevensKolders. Van modieus militair kledingstuk tot slagveldreliek

    267ronald de leeuw

    Richard Strauss, Rembrandt & het Rijksmuseum291

    Een keuze uit de aanwinsten20ste-eeuwse fotografie

    299Summaries

    327Over de auteurs

    335Rijksmuseum informatie

    336

  • 234

  • 235

    Langs de grote rivieren van Suri-name lagen sinds de late 17de eeuwhonderden plantages waarop handels-gewassen als suiker, koffie en katoenwerden verbouwd. Deze plantageswaren eigendom van blanke Europeseimmigranten en hun nakomelingen.De planters kochten zwarte slaven uitWest-Afrika die het land moestenbewerken en die als bezit werdenbeschouwd en kapitaal vertegenwoor-digden. Het dwangsysteem waaronderde slaven moesten leven brachtonmenselijke wreedheden met zichmee. De blanken beriepen zich echterop de ideologie van de minderwaar-digheid van de neger en hielden ditsysteem tot 1863 in stand.

    De bloeitijd van de plantage-econo-mie lag rond het midden van de 18deeeuw. Omstreeks 1750 werd er veelgeld in Suriname belegd en kregen de

    planters van vooral Amsterdamse han-delshuizen een haast onbeperkt kre-diet. Een crisis op de beurs maakte in1773 evenwel een abrupt einde aandeze kunstmatige welvaart, waardoorveel planters zich gedwongen zagenhun bezittingen aan de handelshuizen hun financiers te verkopen. Op deplantages werden vervolgens directeu-ren aangesteld, die onder een admi-nistrateur vielen die namens de inNederland wonende eigenaren vanuitde hoofdstad Paramaribo vaak meer-dere plantages beheerde. Niet alleplantages bleven na deze crisisbestaan, een aantal werd verlaten. In1788 waren er 450 plantages in Suri-name, in 1830 ongeveer 370.

    DansfeestenDe slaven op de plantage vormden eengesoleerde gemeenschap. Er stondentientallen, soms zelfs honderden sla-ven onder het gezag van de directeur,die met behulp van een blankofficier,een blanke opzichter, en een aantal(zwarte) bastiaans de orde moest ziente handhaven en ervoor moest zorgendat er gewerkt werd. Het evenwichtwas precair en daar was de directeurzich meestal terdege van bewust. Eenopstand van slaven zou hij nooit hethoofd kunnen bieden.

    Om de arbeidsproductiviteit hoogte houden, stond men de slaven n

    b u l l e t i nv a n h e t

    r i j k sm u s e u m

    Onlangs verwierf het Rijksmu-seum een diorama van GerritSchouten uit 1830 met een voorstellingvan een slavendans, een feest op eenSurinaamse plantage (afb. 1).1 Het gaatom een dansfeest of du, een traditio-neel toneelspel met muziek en dans.Het kijkkastje toont hiermee eenmomentopname uit het leven vande slaven in de Nederlandse kolonieSuriname. Impliciet vertelt het ookiets over hun zware en onvrije bestaanop de plantages.

    Afb. 1 gerrit schouten ,Diorama met een slavendans, 1830.Naaldhout, beschilderd papier, 61 x 69,8 x 21,3 cm.Rijksmuseum,Amsterdam (inv.nr.ng-2005-24).

    Geschiedenis in een kijkkastje c l a z i e n m e d e n d o r p

  • 236

    b u l l e t i n v a n h e t r i j k s m u s e u m

    of enkele malen per jaar een feest toe,een danspartij of du (spreek uit doe,van doen, drama, handeling). Dezefeesten werden gehouden met nieuw-jaar en soms rond 1 juli, een dag die aleen feestdag was vr de zogenaamdeEmancipatie, de afschaffing van deslavernij. Andere aanleidingen om eenfeest te organiseren waren het binnen-halen van de oogst of het aantredenvan een nieuwe directeur. Al in devroege periode van de slavernij werder op de plantages gedanst, zoals tezien is op een schilderij van DirkValkenburg uit het begin van de 18deeeuw (afb. 2). Valkenburg, die in dienstvan de Amsterdamse plantage-eigenaarJonas Witsen als boekhouder en teke-naar naar Suriname was gegaan endaar verschillende plantagegezichtenschilderde, gaf met dit schilderij eenuniek beeld van een dansfeest.2

    Het feest in het diorama vanSchouten speelt zich eveneens af op

    een plantage. Naast de danstent is eenvan de slavenhutten te zien. Dit soortfeesten werd op het terrein van deplantage zelf gehouden en niet, zoalsdat bij verboden religieuze rituelen hetgeval was, in de bossen erachter. In deliteratuur bestaat veel verwarring overdergelijke slavendansdioramas. Vaakworden ze gezien als taferelen uit hetleven van de bosnegers.3 Bosnegerszijn nakomelingen van gevluchteslaven die zich in de bossen in het bin-nenland van Suriname gevestigd heb-ben. Deze zogeheten marrons vorm-den lange tijd een bedreiging voor deplantages. In de 17de en 18de eeuwbestreden de blanken hen hierom metinzet van het leger, totdat met ver-schillende groepen vredesverdragenwerden gesloten. Het is uiterstonwaarschijnlijk dat Schouten in ditdiorama een tafereel uit het leven vande bosnegers laat zien, al was het maaromdat hij nauwelijks met hen in aan-raking kan zijn gekomen. Wat de dio-ramas wl tonen is een fragment uithet leven van juist de grootste bevol-kingsgroep van Suriname, de slaven geen fragment van hun dagelijkseonvrije en monotone bestaan, maareen situatie die slechts een of tweekeer per jaar voorkomt: het dansfeest.

    Bij zon gelegenheid kregen de sla-ven geschenken als lappen stof, pijpen,tabak en messen n, als het werk hettoestond, vrijaf om het feest voor tebereiden. De leiding was in handenvan de Sisi, de huishoudster en con-cubine van de plantagedirecteur.4

    Gewoonlijk duurde zon feest driedagen: de eerste twee dagen werd ervan de middag tot de volgende och-tend gedanst en de derde dag rusttemen uit. Slaven van naburige planta-ges stroomden toe om mee te feesten.

    De meest algemene dansvorm tij-dens een dergelijk feest was van ouds-her de banya, een reizang waarin veelbeeldspraak voorkwam. De banyawerd vooral door vrouwen, maar ookwel door vrouwen en mannen samengedanst. De dansers stelden zich ieder

    Afb. 2dirk valkenburg ,Slavendans, 1707-1709.Olieverf op doek, 58 x 46,5 cm. StatensMuseum for Kunst,Kopenhagen (inv.nr.kms376).

  • 237

    g e s c h i e d e n i s i n e e n k i j k k a s t j e

    aan een kant op, naderden elkaarpaarsgewijs en gingen weer uiteen.Een derde danser kon zich in de dansmengen om het paar aan te moedigen.Dit alles werd vele malen herhaald,totdat het de beurt was aan de man-nen. De dansers werden door verschil-lende instrumenten begeleid.5 Tijdenshet dansen werd een lied aangeheven,als eerste door de trokiman of voor-zangeres en vervolgens door de piki-man, een koor van vrouwen. Zon liedwas vaak in opdracht geschreven omiemand te hekelen. Er mochten welis-waar geen namen in voorkomen, maarvoor de goede verstaander was hetduidelijk om wie het ging. De lied-teksten werden hierom ook zeldengemproviseerd, maar juist eindeloosgerepeteerd voordat het danslied werdopgevoerd. Later werd deze kunst ver-der doorgevoerd en uitgebreid metdrama.6

    Duurde de dans verscheidene dagendan werd gesproken van een banyaprei,een banyaspel prei of plei is af-

    geleid van het Engelse play. Dit spelbestond in allerlei varianten, al naargelang het onderwerp, zoals de prodo-banya, waarin personen of toestanden de slavernij! werden gehekeld, ende yorka-banya, die werd opgevoerdter ere van de voorouders. Uit de geor-ganiseerde en gedramatiseerde partij-banya ontstond na enige tijd uiteinde-lijk de du, die als zodanig het eerst inParamaribo werden opgevoerd. Laterorganiseerde men ze ook op plantageslangs de Surinamerivier en de Com-mewijne.7

    De du was een rollenspel met stereo-tiepe figuren dat werd opgevoerd ineen prachtige grote tent. De vastekarakters doen denken aan personagesuit de commedia dellarte. De hoofdrolwas voor Afrankeri, de pronkster envertelster die de moraal van de voor-stelling aan het publiek verklaarde het Sranan werkwoord afrankeribetekent pronken. Kownu, de koning,heeft trekken van de gouverneur vande kolonie. Fiskari, naar de raad-fis-

    Afb. 3gerrit schouten ,Diorama met een slavendans, 1830,detail: de muzikanten.Rijksmuseum,Amsterdam (inv.nr.ng-2005-24).

  • 238

    b u l l e t i n v a n h e t r i j k s m u s e u m

    caal die in hirarchie meteen onder degouverneur stond en die vergelijkbaaris met een openbaar aanklager, ver-tegenwoordigde de rechters in hetland. Aflaw is een vrouw die flauwvaltwanneer zij onrecht ziet en Datra is dedokter die haar weer moet bijbrengen.Het spel werd gespeeld op blote voe-ten, want het was slaven nu eenmaalverboden om schoenen te dragen.

    Een aantal van hen komt ook in het diorama voor. We zien bij elkaarelf figuren, acht mannen en drie vrou-wen. In de open tent staat aan de lin-kerkant een groepje van vier muzikan-ten (afb. 3). Drie van hen bespelenslaginstrumenten, de vierde een fluit,de zogenoemde loango tou-tou, eennaam die verwijst naar het Congolesekoninkrijk Loango, vanwaar duizen-den slaven naar Suriname verscheeptwaren. Het belangrijkste instrument,het kwakwabangi, wordt door de man

    vooraan bespeeld. Het is een houtenbankje waarop met twee stokkengeslagen wordt en waarmee het ritmewordt aangegeven. Oorspronkelijk wasdit een schuinstaande plank op npoot, later werd het een echt bankjeop twee poten. De naam van dit slag-instrument stamt deels eveneens uit deCongo. Kwa kwa is mogelijk eenklanknabootsing, bangi betekentgewoon bankje.8 De twee overigemuzikanten, die meer naar achterenzitten, bespelen een trom.

    Centraal in de voorstelling dansendrie vrouwen en een man. De vrouwhet dichtst bij de muzikanten is waar-schijnlijk Afrankeri (afb. 4). Zij isgekleed in een lange geplooide rok,waarover zij een doek, een pangi, heeftgedrapeerd. In haar handen houdt zeeen andere doek. Verder draagt zij eenhoofddoek en als sieraden armbanden,halskettingen en oorbellen. De tweeandere vrouwen zijn op een vergel

Recommended

View more >