stirner - de enige en zijn eigendom

Download Stirner - De Enige en Zijn Eigendom

Post on 16-Apr-2015

81 views

Category:

Documents

0 download

Embed Size (px)

DESCRIPTION

Dutch translation

TRANSCRIPT

De enige en zijn eigendom

First published in Belgium in 2008 Archief- en Bibliotheekwezen in Belgi / Archives et Bibliothques de Belgique Keizerslaan 4 / Boulevard de lEmpereur, 4, B-1000 Brussel / Bruxelles Extranummer 85 A catalogue record of this book is available from the Royal Library of Belgium Eerste druk, 2008 Oorspronkelijke titel: Der Einzige und sein Eigentum (1844) Realisatie: Frank Daelemans Vormgeving: Antonia Warsito 2008 Voorwoord en nawoord: Widukind De Ridder 2008 Nederlandse vertaling: Thomas Eden en Widukind De Ridder 2008 Afbeeldingen: Helmut Stallaerts Omslagafbeeldingen en afbeeldingen op de tussenpaginas: Models (2007) Helmut Stallaerts Tekening op de titelpagina: Max Stirner getekend door Friedrich Engels (1892) Wettelijk Depot/Dpt Lgal 2008/1080/2 ISSN: 0775-0722 Archief en Bibliotheekwezen in Belgi / Archives et Bibliothques de Belgique Keizerslaan 4 / Boulevard de lEmpereur, 4, B-1000 Brussel / Bruxelles All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a revival system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the prior permission of ABB

Inhoudsopgave Voorwoord Verantwoording van de Vertalers Ik heb mijn Zaak op Niets gesteld Eerste onderdeel: De Mens I. II. Een Mensenleven Mensen van de Oude en de Nieuwe Tijd 1. De Ouden 2. De Nieuwen 1. De Geest 2. De Bezetenen 3. De Hirarchie 3. De Vrijen 1. Het Politieke Liberalisme 2. Het Sociale Liberalisme 3. Het Humane Liberalisme Tweede Onderdeel: Ik I. II. De Eigenheid De Eigenaar 1. Mijn Macht 2. Mijn Omgang 3. Mijn Zelfgenot III. Nawoord De Enige 7 9 13 15 17 21 21 27 29 33 55 75 76 88 93 113 115 125 134 150 223 251 255

7

VoorwoordMax Stirner werd op 25 oktober 1806 geboren te Bayreuth als Johann Caspar Schmidt en studeerde aan de universiteiten van Berlijn, Erlangen en Knigsberg. In Berlijn volgde Stirner o.a. de Vorlesungen (hoorcolleges) van filosofen en theologen als G.W.F. Hegel (1770-1831) en Friedrich Schleiermacher (1768-1834). Tussen 1839 en 1844 was hij leraar Duits, literatuur en geschiedenis en maakte deel uit van "die Freien", vaak omschreven als de Berlijnse jonghegelianen, die elkaar ontmoetten in een wijnbar aan de Friedrichstrasse. In 1844 verscheen zijn magnum opus: Der Einzige und sein Eigentum. Dit werk genoot niet alleen een enorme weerklank onder die Freien, maar werd ook druk becommentarieerd door de jonge Karl Marx (1818-1883). Der Einzige und sein Eigentum werd echter geen commercieel succes. Nadat zijn eerste vrouw gestorven was in het kraambed, verliet zijn tweede vrouw Marie Dnhardt hem en beweerde later dat ze noch van Stirner gehouden, noch hem gerespecteerd had. Vanaf 1847 leidde Stirner een armtierig bestaan en sloot zich af van de gebeurtenissen en ontwikkelingen van zijn tijd. Zo schijnt de revolutie van 1848 aan hem voorbij te zijn gegaan. Wel vertaalde Stirner nog een aantal economische werken in het Duits, zoals de geschriften van Adam Smith (1723-1790) en Jean-Baptiste Say (17671832). Na enkele jaren op de loop te zijn geweest voor zijn schuldeisers stierf Stirner op 25 juni 1856 in volslagen anonimiteit. Max Stirner dankt zijn relatieve naambekendheid aan het radicale en provocatieve Der Einzige und sein Eigentum. Volgens sommige commentatoren speelde hij een niet te onderschatten rol in de intellectuele ontwikkeling van Karl Marx en Friedrich Nietzsche. Stirner vond nadien echter vooral weerklank in literaire en artistieke milieus (Marcel Duchamp, Max Ernst, enz.). Desondanks kende Der Einzige und sein Eigentum maar n Nederlandse vertaling, die inmiddels al van 1907 dateert.1 Daarom leek het ons aangewezen om vandaag -honderd jaar later- een nieuwe Nederlandse vertaling te publiceren die de oorspronkelijke Duitse tekst op de voet volgt en bijzondere aandacht besteedt aan de specifieke hegeliaanse terminologie die Stirner hanteerde. Tot nu toe hebben de meeste commentatoren zich beperkt tot de nogal voor de hand liggende vergelijking tussen Stirner en het negentiende eeuwse anarchisme en nihilisme. Daardoor wordt weinig ruimte gelaten voor de veelzijdigheid en de complexiteit van Der Einzige und sein Eigentum en de jonghegeliaanse context waarbinnen het ontstond. Alleen tegen die achtergrond kan men Stirners ironie ten volle begrijpen en vermijden dat talloze impliciete en expliciete verwijzingen naar Hegel letterlijk worden genomen. Het leek ons aangewezen om daar in het nawoord op in te gaan, waar we een meer algemene poging zullen ondernemen om Stirners denken inzichtelijk te maken. Het boek kan moeilijk herleid worden tot eender welk -isme. Mede daarom blijft het verbazend actueel. Het bevat stof om de bestaande ideologie en uiteenlopende denksystemen te bevragen, maar zonder een alternatief in de plaats te stellen.1 STIRNER

(M.), LANSEN (J.). De eenige en zn eigendom. Antwerpen, t Kersouwken, 1907, 494 p.

8

De lezer blijft achter met een weggevaagde horizon, maar ook met het besef dat de lach het meest geschikte middel is om met alle bestaande ideen en instanties om te gaan aangezien het onmogelijk is om zich er volledig aan te onttrekken. Al is Der Einzige und sein Eigentum ontstaan binnen een specifieke historische context, toch blijft Stirners algemene kritiek op de filosofie en op de bestaande mens- en wereldbeelden opvallend actueel. Bovendien maakt de frivole en ironiserende stijl de lectuur van dit werk tot een boeiende en intrigerende ervaring. De lezer die van begin tot einde een fijne glimlach om zijn lippen voelt spelen, is zeker niet immuun geworden voor uiteenlopende denksystemen, maar kan toch zeggen: Ik heb mijn zaak op niets gesteld. Widukind De Ridder Brussel, november 2007

9

Verantwoording van de vertalersIndien deze vertaling wat stroef en archasch overkomt, dan hebben wij ons werk goed gedaan. Het origineel leest even stroef als archasch en stelt de vertaler voor de keuze om ofwel een vlot leesbare Nederlandse vertaling te maken, die afbreuk doet aan het idiosyncratische karakter van het origineel, of een vertaling te maken die trouw blijft aan het origineel zonder te vervallen in haast onleesbare germanismen. Stirner schreef op een voor zijn tijd vrij heldere manier; zo zei Arnold Ruge dat Stirner het eerste leesbare boek in de Duitse filosofie had geschreven. Toch bediende Stirner zich ook van een voor de moderne lezer vrij archasch Duits. Het gebruik van de taal maakt echter een essentieel onderdeel uit van zijn filosofie en het zou in die zin onverantwoord zijn geweest om de spreektaal waarvan hij zich soms bediende om te zetten in een voor de moderne lezer aanvaardbare schrijftaal. Hetzelfde geldt voor de ironisch bedoelde plechtstatige toon die hij in sommige passages aanslaat. Talloze uitdrukkingen en zegswijzen werden zo min mogelijk omgezet in hun Nederlandse variant omdat ze toespelingen bevatten op elementen uit Stirners betoog. Als voorbeeld gebruikten wij de Engelse vertaling van Steven Byington uit 1907, die vrij helder is, maar toch stroef leest. In tegenstelling tot de Engelse vertaling kunnen wij de lezer een tekst aanbieden die vl sterker aanleunt bij het origineel. Stirner maakte gebruik van etymologische en vormelijke gelijkenissen tussen begrippen zoals eigenheid en eigendom, die de lezer net als talloze andere woordspelingen niet zullen ontgaan dankzij de manier waarop we geprobeerd hebben om Stirners tekst op de voet te volgen. We hebben de lange zinnen dus evenmin verdeeld in afzonderlijke zinnen en de talloze herhalingen die zijn werk kenmerken en het lezen ervan soms zelfs ronduit irriterend maken, zo getrouw mogelijk weergegeven. Grammaticaal hadden we een veel vlottere tekst kunnen afleveren, maar die zou afbreuk gedaan hebben aan het origineel. Voorliggende tekst volgt de originele uitgave van 1844 met aanpassingen uit latere herdrukken die tussen vierkante haakjes werden geplaatst. Citaten in ondermeer het Latijn en Frans werden niet vertaald. Begrippen die Stirner niet volledig uitschreef om te ontsnappen aan de Pruisische censuur werden evenmin aangevuld. De voetnoten zijn exact dezelfde als in de originele uitgave en verklarende voetnoten werden doelbewust vermeden. Waar dit nodig geacht werd, hebben we de oorsprong van bepaalde citaten toegelicht, maar daarbij telkens vermeld dat het om een toevoeging van de vertalers gaat. Alle informatie die het lezen van deze tekst zou kunnen vergemakkelijken, werd net als de literatuurverwijzingen gentegreerd in het nawoord. Afsluitend houden wij er aan een aantal mensen te bedanken die de publicatie van deze vertaling mogelijk hebben gemaakt. Allereerst Frank Daelemans van de Koninklijke Bibliotheek van Belgi zonder wie deze vertaling er nooit zou gekomen zijn, Lawrence Stepelevich op wiens aanbeveling we aan dit project konden beginnen en tenslotte Kevin Van Eeckelen van de Universiteit Gent voor zijn suggesties en bemerkingen.

13

Ik heb mijn zaak op niets gesteld Wat moet niet allemaal mijn zaak zijn! Vr alles de goede zaak, dan de Goddelijke zaak, vervolgens die van de mensheid, van de waarheid, van de menselijkheid, van de gerechtigheid, verder de zaak van mijn volk, van mijn vorsten, van mijn vaderland; tot slot de zaak van de geest en nog duizend andere zaken. Maar alleen mijn zaak mag kennelijk nooit mijn zaak zijn. Foei, aan de egost die alleen maar aan zichzelf denkt! Laten we dan eens kijken hoe diegenen voor wier zaak wij werken, ons opofferen en ons moeten bezielen, hun eigen zaak behartigen. Jullie weten veel diepgaands over God te vertellen en hebben duizenden jaren lang de diepte van de Godheid onderzocht en haar in het hart geschouwd zodat jullie ons wel kunnen zeggen hoe God, de Goddelijke Zaak, die wij geroepen zijn te dienen, zelf uitoefent. En jullie verzwijgen ook het gedoe van de Heer niet. Wat is nu eigenlijk zijn zaak? Heeft hij, zoals dit van ons geist wordt een andere zaak, heeft h