samenwerken aan_realisatie_luuk_boelens_tekst

Download Samenwerken aan_realisatie_luuk_boelens_tekst

Post on 22-Jan-2018

201 views

Category:

Government & Nonprofit

0 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

  1. 1. 1 Samenwerken aan realisatie; realisatie door samenwerking Een meer gengageerd horizontaal perspectief voor het BRV Luuk Boelens Inleiding: Het Plan Voorbij De laatste werktekst van het BRV leest als een klassiek ruimtelijk strategisch plan voor Vlaanderen, gefocust op a) het versterken van de internationale concurrentiekracht, b) robuuste en samenhangende open ruimte, c) specifiek beleid voor regios met een stedelijk of landelijk karakter en d) strategische speerpunten per gewestdeel. Dit ondanks dat de werktekst in de opening zwaar inzet op zelfbenoemde majeure beleidstransformaties: van technocratisch naar participatief, van allesomvattend naar specifiek, van hirarchie naar gelijkwaardig, van afbakenend naar gentegreerd, van uitbreiding naar transformatie.. en van top-down naar co-productief. Maar om dat te bereiken zijn de concepten en koersen, die het BRV in de werktekst uitzet te vaag en abstract om die transformaties te bereiken. Dit geldt met name ook voor de co- productieve inzet. Want waarom zou een bedrijf of een burgerbeweging hierin meegaan en tijd, geld of expertise investeren nu het beleid nog veel kanten op kan; dan wel het moeilijk te doorgronden en ook niet duidelijk wordt wat nu precies wordt beoogd. Ook de operationele en krachtlijnen-hoofdstukken bieden daartoe weinig soelaas. Want doorgaans is hier sprake van acties die kunnen (en niet zullen) worden opgepakt en vaak ook met een hoog intentioneel of open deuren gehalte. Want wat bijvoorbeeld te denken van acties als het verkennen van verhandelbare ontwikkelingsrechten, het verkennen van stedenbouwkundige lasten en voorwaarden voor ruimtelijk rendement of het opstarten van overleg met NMBS en De Lijn om beheer en exploitatie te inventariseren Waarom is dat verkennen niet allang gebeurd zo hoor ik u denken - en waarom is periodiek overleg met (semi-)overheidsbedrijven niet allang standaard in het beheer en de ontwikkeling van het Vlaamse land? Laat staan dat we nu goed zicht hebben op wat er uit al dat verkennen en overleg dan komt. Dus zelfs als u zou willen, zou u thans ook nauwelijks weten waar men nu precies zo gewenst co-productief, co- creatief of co-uitvoerend zou moeten zijn.
  2. 2. 2 Daarmee mist de werktekst dat wat het beoogt. Maar ondanks dat het zo leest, volstaat het huidige concept-BRV ook niet als een klassiek ruimtelijk strategisch plan. Het is vlees nog vis; en ook daartoe veel te vaag en open. Overigens een dergelijk terug naar de RSV van twintig jaar geleden is geen optie (meer) in de huidige gefragmenteerde, volatiele en complexe vernetwerkte wereld. Strategische visies hebben doorgaans geen langer leven, zodra de inkt is opgedroogd. Derhalve zal ik in deze tekst doorexerceren op de tweede lijn; i.c. wat een effectief co-evolutionair (ipv. co-productief) perspectief concreet zou betekenen voor het BRV. We zullen daarbij voorbij het plan gaan; meer tactisch dan strategisch, meer handelingsgericht dan feitelijk ; van buiten naar binnen (Boelens 2005). Want ht Plan is immers middel, geen doel. Samenwerken aan realisatie mijn thema van deze werkexercitie - laat ik daarbij het leidmotief. Ik zal deze in de komende tekst op diverse fronten uitwerken: a) op het internationale niveau, b) met een gelaagde tijd-ruimte reflectie, c) richting het ruimtelijk handelen in een toenemende complexe wereld, d) met een veelheid aan mogelijke rollen, maar e) met een focus van het BRV op een brede conditieplanning voor f) een zeven punten agenda. Ik zal me daarbij laten inspireren door de nieuwste theoretische planologische inzichten, maar trachten deze dusdanig te beschrijven dat deze ook voor de niet ingewijde lezer navolgbaar zijn. A. Internationaal Ondanks dat de werktekst er gewag van maakt dat Vlaanderen niet beschouwd mag worden als een eiland in een wereld van flux, is het opmerkelijk hoe weinig de tekst de context voor toekomstig ruimtelijk handelen schets. Blijkbaar gaat het al snel om de kenniseconomie, logistiek en locatie begeleid investeringsbeleid; wat we daaronder dan ook mogen verstaan (snelwegen, goederenraillijnen, kantoren en campussen of de zoveelste valley?). Daarmee wordt niet alleen onrecht gedaan aan de bestaande sterktes van Vlaanderen op het gebied van farmacie, chemie, maken, food, r&d etc., maar worden ook de kansen voor een meer veerkrachtige co-evolutionaire ruimtelijk-economische benadering gemist. Samenwerking in uitvoering begint immers pas wanneer de sense of urgency als gevolg van veranderende context gezamenlijk worden onderschreven.
  3. 3. 3 Maar sterker nog, niet alleen de institutionele, maar ook de feitelijke context wordt in het BRV niet behandeld. In dit kader schetst de United Nations bijvoorbeeld al jaren een onthutsend demografisch beeld van de wereld voor deze 21e eeuw: Azi (en met name China) zal tot het midden van de 21e eeuw nog sterk groeien, maar daarna als gevolg van de tanende bevolkingsaanwas sterk dalen. Europa stagneert gedurende de gehele eeuw, Amerika/Oceani zullen gestaag een kleine groei kennen, maar de grootste bevolkingsexplosie kent Afrika, met een verdriedubbeling in de 21e eeuw (UN 2015). Indien voor deze mensen daar geen perspectief wordt geboden, zullen zij op drift raken richting de economisch wat meer welvarende landen: in eerste instantie Europa, maar mogelijk ook Noord-Amerika/Oceani en Oost-Azi; mochten zij hun immigratie politiek als gevolg van de vergrijzing verlaten. Een iets anders, maar vergelijkbaar onthutsend beeld wordt voor de (lange termijn) wereldeconomie geschetst. De global economic powershift van de ontwikkelde economien in Noord-Amerika, Europa en Japan richting minder ontwikkelde landen in met name Zuidoost Azi en Latijns Amerika zal naar verwachting, ondanks de lagere groeicijfers, tot 2050 blijven voortduren (PWC 2015). Sinds 2014 heeft China in absolute cijfers de USA al als grootste economie ter wereld ingehaald; verwacht wordt dat India mits de structurele hervormingsprogrammas worden doorgezet, dat tegen 2050 ook zal doen. Mexico en Indonesi zullen tegen dan naar verwachting economisch groter zijn dan respectievelijk UK en Frankrijk; Turkije groter dan Itali. En Nigeria en Vietnam zullen waarschijnlijk de snelst groeiende economien tussen nu en 2050 worden. Dit alles laat echter onverlet dat de gemiddelde welvaart in Europa, weliswaar tanende, maar nog steeds relatief hoger zal zijn dan in deze opkomende landen. Wat deze twee majeure global shifts (naar demografie en economie) voor Vlaanderen betekent is daarmee nog allerminst zeker. Dat komt doordat groei, krimp en stagnatie niet overal gelijkelijk neerdalen. Er kunnen grote verschillen tussen regios, plaatsen en zelfs wijken voordoen. Echter in algemene zin wordt duidelijk dat Europa grofweg zal stagneren, zowel wat betreft bevolking als economie. Dat maakt dat men meer dan vroeger uitermate voorzichtig zal moeten zijn om trends uit het verleden zomaar door te trekken naar de toekomst. Bijvoorbeeld: het nu bepalen dat voor de komende decennia weer 300.000 nieuwe woningen nodig zijn en zoveel hectaren bedrijfsterreinen om
  4. 4. 4 daarna wellicht in een overaanbod situatie te geraken ( la China), kan wellicht het paard achter de wagen spannen. Eenmaal ingericht, ben je er immers niet zomaar vanaf. Een meer adaptieve koers, ook programmatisch lijkt nodig. En dat is het beste te doen stapje voor stapje, en binnen cq. vanuit de bestaande voorraad redenerend. Want als UN en PWC gelijk krijgen zal het grofweg gaan om vergrijzing, verdunning, en (nieuwe cq. 2e/3e generatie) migranten; alsmede uitbouw van de bestaande economische sterktes. Dat vraag vooral om het op peil houden, en om de vernieuwing en diversificatie van de bestaande (vaak erg eenzijdige voorraad) aan de nieuwe eisen. Het vereist het redeneren vanuit het bestaande, in plaats vanuit nieuwe uitbreidingen. Want dat laatste kan niet alleen overbodig zijn, cq. moeilijke brownfields achterlaten, maar ook broodnodige (voorraad) innovatie in de kiem smoren. Daarnaast wordt duidelijk dat, zoals gezegd, zich ook binnen relatief stagnerende continenten grote verschillen en tegenstellingen zullen voordoen. De (grote) stad is niet het algemeen panacee als verondersteld (Glaeser 2011). Er zullen shrinking en booming cities voorkomen (net als thans de Rust-Belt staat tegenover Silicon Valley in de USA) (Oswalt 2005). In algemene, structurele termen wordt verwacht dat meer nog dan de (meer consumptief gefocuste) Capital Metropolises, vooral de grote Global Delta Metropolises aan belang zullen winnen (Boelens 2009). Dit zijn uitgestrekte urbane regios van (middel)grote en klein-stedelijke urbane nederzettingen langs de estuaria van grote wereld rivieren, die dankzij hun ligging en verspreide densiteit veel goedkoper (en daarmee risicovoller) kunnen innoveren, produceren en handel drijven dan de grote mononucleaire en dichte Capitals kunnen doen. In dit Vlaamse geval betreft dat de Eurodelta van de Rijn-Maas-Schelde; het Metropolitaan Deltagebied van circa 35 miljoen mensen, 25 hoofdkantoren van de Global Fortune 500, strategische productie en r&d vestigingen op circa 90.000 km2, die (als geheel) concurreert op wereldniveau. Juist dit EuroDelta Metropolitaan kerngebied wordt van oudsher gekarakteriseerd als een uitermate adaptieve regio, flexibel inspelend op de voortdurend veranderende omstandigheden van natuur en klimaat, in een gezond concullega perspectief: het intern elkaar beconcurreren waar het kan, en het samenwerken wanneer (externe) politieke, economische of zelfs sociaal-ecologische omstandigheden daarom vragen. Dat is in grote lijnen wat de context voor het BRV is. Het is dan ook verwonderlijk dat in de werktekst
  5. 5. 5 zo weinig (concullega) samenwerking met de omgeving wordt gezocht. Het is ook verwonderlijk dat in de werktekst weinig van daarmee verbonden algemeen evolutionair-economisch ingeburgerde concepten als de ARA, ELAt, Borrowed size, sociaal-economische cluster- en netwer