het begrip eigendom eindversie 12.. begrip eigendom  uitgangspunt: artikel 544 b.w. ...

Download Het begrip eigendom Eindversie 12.. Begrip eigendom  Uitgangspunt: artikel 544 B.W.  Vraagstelling  Algemene evolutieschets  Eigendom in het klassieke

Post on 13-May-2015

216 views

Category:

Documents

2 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

  • Dia 1
  • Het begrip eigendom Eindversie 12.
  • Dia 2
  • Begrip eigendom Uitgangspunt: artikel 544 B.W. Vraagstelling Algemene evolutieschets Eigendom in het klassieke Romeinse recht Eigendom in het costumiere recht Eigendom tijdens de Franse revolutie Eigendom in de Code Civil van 1804 Eigendom in de 20 ste eeuw
  • Dia 3
  • Uitgangspunt (1) Art. 544 B.W. Eigendom is het recht om op de meest volstrekte wijze van een zaak het genot te hebben en daarover te beschikken, mits men er geen gebruik van maakt dat strijdig is met de wetten of de verordeningen Eigendom is er opgevat als een voor de eigenaar bestemd subjectief recht : is iemand eigenaar van een bepaald goed, dan kan hij als rechts- subject aanspraak maken op het in artikel 544 B.W. bepaalde subjectieve genot- en beschik- kingsrecht
  • Dia 4
  • Uitgangspunt (2) Bij nader toezien houdt dit eigendomsrecht een bundel van subjectieve rechten of bevoegdheden in die soms wel en soms niet uitdrukkelijk in de wet zijn omschreven Zo heeft de eigenaar het recht van natrekking op al wat de zaak voortbrengt of er mee verbonden wordt (artikel 546 B.W.), de bevoegd- heid om op zijn grond aangebrachte beplantingen en gebouwen te doen wegruimen (artikel 555 B.W.), een aanspraak om niet gestoord te worden in het gebruik of genot van zijn eigendom (artikel 1625 B.W.), de bevoegdheid om dat goed te vervreemden (artikel 1582-1583 B.W.), de bevoegdheid om dat goed te verhuren (art. 1713-1762bis B.W.) de bevoegdheid om vreemden tot zijn eigendom toe te laten, de bevoegd- heid om een goed te veranderen of te vernietigen, enz De bestemmelingen van deze verschillende eigendomsrechten zijn soms zeer specifiek (bijv. artikel 555 B.W.) en meestal alle derden (erga omnes).
  • Dia 5
  • Uitgangspunt (3) Maar anderzijds is de eigenaar ook zelf ook de bestemmeling van een reeks wettelijk of anders be- paalde verplichtingen, zoals de verplichting tot het betalen van grondbelastingen of successierechten, de verplichting tot aangifte van een aantal inlichtingen bepaald in artikel 473 Wetboek van de inkomstenbe- lastingen, de verplichting om in te staan voor de vei- ligheid van zijn erf (artikel 1386 B.W.), de verplichting om het water van een hoger gelegen erf te ontvangen (artikel 640 B.W.), de verplichting tot het bijdragen in de kosten van een afsluiting (artikel 663 B.W.), het verbod om misbruik te maken van zijn eigendoms- recht (rechtspraak), enz...
  • Dia 6
  • Vraagstelling (1) De vraag is nu : Van waar komt nu dit moderne eigendomsrecht? Tekstueel is het antwoord op deze vraag heel gemakkelijk : de tekst van artikel 544 B.W. stond al in de Code Civil van 1804 en werd zelf (via via) ontleend aan Bartolus (ca. 1313-1357) die de eigendom (van lichamelijke zaken) als volgt for- muleerde: Wat is eigendom? Het is het recht om over een (lichamelijke) zaak volkomen te be- schikken voor zover het niet door de wet is ver- boden (Quid est dominium? Responde: est ius in re (corporali) perfecte disponendi, nisi lege prohibeatur)
  • Dia 7
  • Vraagstelling (2) Inhoudelijk is het veel moeilijker om op die vraag te antwoorden. Eigendom werd en wordt immers door velen beschouwd als n van de belangrij- ke hoekstenen van onze Westerse vrijheid- (seconomie). Hierin worden de individuele vrij- heden beschouwd als de vrije sfeer waarin wij mogen doen wat wij willen (vrij handelen) en zelf mogen beschikken over de geestelijke en stof- felijke dingen die ons aangaan. En van die vrij- heid is dan, voor zover ze betrekking heeft op aardse goederen, private eigendom middelpunt en model
  • Dia 8
  • Vraagstelling (3) Aan dit Westerse vrijheids-en-eigendomsbegrip worden dan volgende kenmerken toegeschreven Abstractheid : de inhoud van het begrip is niet concreet te beschrijven door een opsomming van verschillende bevoegdheden, want een uitputtende opsomming is niet te geven, ja vrijwel alle bevoegdheden kunnen ontbreken zonder dat de eigenaar ophoudt eigenaar te zijn Totaliteit : 1 eigendom is eenvormig of ongedeeld: er is maar n eigendom en n eigenaar, er bestaan geen verschillende soorten ei- gendom en eigenaars. Naast eigendom bestaan er alleen rechten op andermans zaak. 2 Eigendom omvat het totaal van al die (private) rechten en bevoegdheden op een zaak; er zijn geen rechten en bevoegdheden denkbaar die niet in eigendom zijn begrepen Absoluutheid : 1 eigendom is exclusief : de eigenaar kan zijn eigendomsrecht tegenover elke andere laten gelden of hij mag iedere ander (ook de staat) uitsluiten van handelingen met betrekking tot zijn zaak en 2 eigendom is onbeperkt: de eigenaar beschikt (binnen de grenzen van de wet) onbeperkt over zijn eigendom; er zijn geen gren- zen aan zijn bevoegdheid.
  • Dia 9
  • Vraagstelling (4) De vraag stelt zich dan waar dit Westers-vrij- heids-en-eigendomsbegrip is ontstaan? In het Romeinse recht zoals sommige beweren? In het 17 de -18 de eeuwse natuurrecht zoals ande- ren menen? In het 19 de eeuwse economisch-liberalistische denken van de zoals nog anderen beweren? En waarom is dat idealistische vrijheids-en-ei- gendomsbegrip dan opnieuw beperkt geworden in de 20 ste eeuw?
  • Dia 10
  • Algemene evolutieschets (1) De Romeinen ontwikkelden een zelfstandig ei- gendomsbegrip, dat ze niet nauwkeurig bepaal- den maar wel nauwkeurig onderscheiden van alle andere zakelijke (en persoonlijke) rechten en ook van bezit dat volgens hen geen recht maar een feitelijke situatie was In het costumiere recht ging dat Romeinse ei- gendomsbegrip teloor omdat het werd overvleu- geld door het oud-Germaanse begrip van de saisine dat tezelfdertijd bezit, de eigendom en de allerlei belangrijke zakelijke rechten inhield
  • Dia 11
  • Algemene evolutieschets (2) De glossatoren en bartolisten streefden naar een herin- voering van bepaalde elementen van het Romeinse ei- gendomsbegrip en dit drong vanaf de 13 de -14 de eeuw geleidelijk aan door in de rechtspraktijk De school van het natuurrecht streefde weer voor het eerst naar een eenvormig eigendomsbegrip en gaf dit begrip ook een diepere vrijheidsdimensie Onder invloed van het economisch liberalisme werd dit eigendomsbegrip in midden van de 19 de eeuw sterk ingekleurd als een individueel eigendomsconcept De 20 ste eeuw socialiseerde opnieuw dit eigendomsbe- grip zonder radicaal afbreuk te doen aan de vorige basis- filosofie
  • Dia 12
  • Het eigendomsbegrip in het klassieke Romeinse recht (1) Op het einde van de republiek ontstond er in het Romeinse recht een (van de andere zakelijke rechten) onafhankelijk eigendomsrecht dat meestal met de term dominium ex iure Quiritium werd aangeduid Deze Quiritische eigendom werd er niet precies gedefini- eerd, maar ten hoogste omschreven als de verzameling van bevoegdheden die men kon uitoefenen op een goed Een aantal 17 de en 18 de eeuwse auteurs zoals Robert Pot- hier (1699-1772) (en dus niet de Romeinen!) hebben al deze bevoegdheden ondergebracht onder de woorden usus (recht om een zaak te gebruiken), fructus (recht om van een zaak te genieten) en abusus (recht om over een zaak te beschikken, ofwel materieel door ze te vernietigen, ofwel juridisch door ze te vervreemden) 12
  • Dia 13
  • Het eigendombegrip in het klassieke Romeinse recht (2) De abusus was daarbij ongetwijfeld het meest typische element : het 1 onderscheidde niet alleen de eigendom van de andere zakelijke rechten, 2 maar legde in de toenmalige handelseconomie sterk de nadruk op de mogelijkheid om het goed te verkopen (= te realiseren) In vergelijking met het moderne eigendomsbegrip had de Quiritische eigendom volgende kenmerken : Er zijn geen sporen te vinden van een abstract karakter. De Romeinen benaderden de juridische vragen immers altijd veel praktischer dan wij. Wij vragen : wie is de eigenaar en welke rechten of bevoegdheden heeft hij? Zij vroegen: wie heeft er een actie tot het opvorderen van eigendom of wie kan er revindiceren?
  • Dia 14
  • Het eigendombegrip in het klassieke Romeinse recht (2) De gedachte dat er van een zaak maar n eigenaar kan zijn, is in het Corpus iuris civilis te vinden (D 13.6.5.15), maar het klassieke en het Justiniaanse recht kenden meerdere soorten eigendom, want naast een Quiritische eigendom bestond ook een praetori- sche, een perigrijnse eigendom (voor de non-cives), een peculium voor de slaaf en het recht van de kraker van een ongebruik goed om de eigenaar die later opduikt te verjagen ( D 41.3.4.27) Ook het zogenaamde absolute karakter van de Romein- se eigendom moet sterk worden gerelativeerd : Eigendom was inderdaad een recht dat men (zoals alle andere zakelijke rechten) tegen alle ander personen kon inroepen (erga omnes)
  • Dia 15
  • Het eigendombegrip in het klassieke Romeinse recht (3) Maar de Quiritische eigendom was zeker geen recht dat men onbegrensd (zonder beperkingen uit hoofde van een privaat of algemeen belang) kon inroepen Voor het privaat belang waren bijvoorbeeld het burenrecht van ambitus of de plaats van circa 60 cm die men als doorgang moest laten tussen twee huizen, het confinium of de plaats die men tussen twee landerijen moest laten om met een kar te draaien en de aquae pluviae arcendae, zijnde de verplichting van elke eigenaar om het regenwater op zijn terrein te laten lopen en het niet in te dijken of te kanaliseren naar een bepaalde plaats (art. 640 B.W.) Voor het algemeen belang waren er bijvoorbeeld de urbanisatie- voorschriften die de hoogte van de huizen bepaalden, het verbod om zonder de toelating van de overheid een huis in de stad af te breken om de materialen ervan te recupereren en het verbod van een te wrede beh

Recommended

View more >