coöperatief samenwerken

Download Coöperatief samenwerken

Post on 02-Jul-2015

120 views

Category:

Education

0 download

Embed Size (px)

DESCRIPTION

Presentatie over coöperatief samenwerken voor bewonersorganisaties. Inclusief de 7 principes van een coöperatie.

TRANSCRIPT

  • 1. Coperaties en coperatief samenwerken, een kennismaking

2. 2 EVEN VOORSTELLEN # Clemens Mol Adviseur ASW # Kenniscentrum Bewonerscoperaties 3. 3 VANDAAG Coperatief Samenwerken Het coperatieve bedrijfsplan Wat is een coperatie De 7 Coperatieve principes 4. 4 WAT IS EEN COOPERATIE? Kenmerken? Wat is anders dan bij een normaal bedrijf? 5. 5 VOORBEELD Coperatieve vereniging De Windvogel 6. 6 VOORBEELD 7. WARM | KOUD 1. Voorbeeld: Ik sport veel warm 2. Niet zo graag - koud 7 8. GROEPEN 8 Groepsopdracht 9. 9 VERTEL ELKAAR Wat zou je in je leven willen bereiken? Wat heb je anderen te bieden? Wat heb je je buurt te bieden? Wat zou je willen doen om je buurt verder te brengen? 10. ROLLEN Coach Leider 11. TUSSENVRAAG # Wat is een team? 12. BEDRIJFSPLAN * Wat is de doelgroep? * Welk maatschappelijk probleem wordt opgelost? *Waarde toevoeging *Economische haalbaarheid? Duurzaamheid? *Wat is je team? *Disciplines in je team? *Waar Staan we na 3 weken/6 maanden/1jaar? *Financin? 13. WAT IS EEN COOPERATIE Economische activiteit Voor de behoefte van de leden Sociaal, maatschappelijk, economisch vlak 14. COOPERATIE Een coperatie is een organisatie die tot doel heeft om de gemeenschappelijke behoeften van de leden te bevredigen. Een coperatie voert een (economische) activiteit uit, maar in tegenstelling tot een bv of nv wordt die niet gebruikt voor persoonlijke verrijking, wel om doelstellingen op sociaal, maatschappelijke en/of ecologisch vlak te realiseren. 14 15. KENMERKEN Vereniging Op basis van vrijwilligheid Democratisch aangestuurd Behoefte van leden staat centraal 16. 16 DE 7 PRINCIPES 17. 1 VRIJWILLIGE TOETREDING Coperaties worden opgericht door een groep van mensen die vrij beslissen om hun middelen te bundelen om gezamenlijk hun doel te realiseren. Het lidmaatschap mag niet geweigerd worden op grond van ras, sociale afkomst, aard, godsdienst of politieke overtuiging. 17 18. De leden van een coperatie staan op voet van gelijkheid. De coperatie wordt democratisch door de leden bestuurd. Iedereen kan mee beslissen, onafhankelijk van het ingebrachte kapitaal 18 2 DEMOCRATISCHE BESLUITVORMING 19. In veel gevallen kan het lid van de coperatie gebruik maken van de organisatie om economische activiteiten te doen: aankopen, verkopen, lenen, ontlenen, werken. Daarnaast zijn de leden per definitie betrokken want zij hebben een stuk van het kapitaal ingebracht. 3 ECONOMISCHE BETROKKENHEID 20. Coperaties staan ten dienste van hun leden en worden door hen gecontroleerd. Wanneer er bijkomende financieringsbronnen nodig zijn b.v. subsidies van de overheid of een externe financiering , behoudt de coperatie haar zelfstandigheid. 4 ONAFHANKELIJKHEID 21. Opleiding van de leden is nodig om de coperatie te kunnen besturen en verder te ontwikkelen. Van de coperaties wordt verwacht dat zij het grote publiek duidelijk maakt dat zij coperatief werkt en wat daar de voordelen van zijn. 5 ONDERWIJS | TRAINING | INFORMATIE 22. Coperaties worden aangemoedigd om hun krachten te bundelen in regionale, nationale of internationale netwerken. De uitwisseling van informatie of werkwijzen leidt tot een betere concurrentiepositie, tot een betere dienstverlening aan de leden en er is meer kans op het voortbestaan van de coperatie. 6 ONDERLINGE SAMENWERKING 23. Coperaties dragen bij aan een duurzame ontwikkeling van de gemeenschap. 7 VERANTWOORDING NAAR GEMEENSCHAP 24. REGELS VAN RAIFFEISEN 1. zelfhulp: iedereen realiseert zich dat je samen beter af bent dan alleen 2. zelfverantwoordelijk: iedereen houdt zijn of haar eigen verantwoordelijkheid 3. zelfbestuur: je neemt samen verantwoordelijkheid voor de directie en de besturing. 25. COOPERATIE VORMEN Consumentencoperatie Werknemerscoperatie Woningcoperatie Afzet of producentencoperatie Sociale coperatie Verzekering Bank (Krediet Unie) 26. TOT SLOT Welk probleem los ik voor mijn doelgroep op?